Na iedere conferentie kom ik thuis met pagina’s vol aantekeningen. De meeste zijn interessant, sommige zetten me aan het denken en af en toe zit er een inzicht tussen dat mijn kijk op de toekomst van het onderwijs echt verandert. InstructureCon 2026 was zo’n conferentie.
Onze week begon eigenlijk al voordat we in Louisville aankwamen. Samen met het team verzorgden we een thought leadership webinar waarin we de nieuwste onderzoeken van ListEdTech en UPCEA bespraken over leven lang ontwikkelen, continuing education, samenwerking met werkgevers en het veranderende landschap van onderwijstechnologie. Tijdens InstructureCon zelf, hadden we ook de kans om een sessie te presenteren: “Building the Future of Continuing Education for Workforce Education, Lifelong Learning, and Learner Mobility.” Hiermee zetten we het gesprek voort dat veel leiders uit het hoger onderwijs al met elkaar waren gestart.
Ik verwachtte dat deze onderwerpen zouden aanslaan, maar wat me tijdens InstructureCon vooral opviel was hoe vaak dezelfde thema’s terugkwamen in keynotes, gesprekken met instellingen en breakout-sessies. Het was uiteindelijk niet één specifieke productaankondiging die me is bijgebleven, maar wat me vooral opviel is dat het hoger onderwijs een fase is ingegaan waarin instellingen zich niet langer kunnen veroorloven om op hun gemak te veranderen.
Waar ik ook kwam, hoorde ik gesprekken over krimpende budgetten, veranderende verwachtingen van studenten, Artificial Intelligence (AI), digitale toegankelijkheid, cybersecurity, workforce development en een Leven Lang Ontwikkelen. Op papier lijken het losse onderwerpen, maar uiteindelijk realiseerde ik me dat het allemaal ingrediënten van hetzelfde gerecht zijn. De uitdaging is niet om te bepalen welk onderwerp de meeste aandacht verdient. De échte uitdaging is om al die ingrediënten zo samen te brengen dat ze studenten, docenten én onderwijsinstellingen daadwerkelijk verder helpen.
Een van de onderdelen waar ik ieder jaar erg naar uitkijk tijdens InstructureCon is de Partner Summit. Natuurlijk is het een mooie gelegenheid om bij te praten met andere partners en het team van Instructure, maar minstens zo waardevol vind ik de klantpanels. Juist daar krijg je een vroeg inkijkje in de gesprekken die onderwijsinstellingen onderling voeren en in de vragen waar zij op dit moment mee worstelen.
Wat me dit jaar opviel, was dat de gesprekken nauwelijks nog over technologie op zichzelf gingen. De nadruk lag veel meer op de basisvoorwaarden waaraan iedere nieuwe oplossing moet voldoen.
- Digitale toegankelijkheid.
- Veiligheid.
- AI-governance.
- Integraties.
Dat zijn geen onderscheidende eigenschappen meer; het zijn inmiddels randvoorwaarden geworden.
Voor instellingen die werken met Canvas LMS is een goede integratie niet langer “mooi meegenomen”. Het is simpelweg de verwachting. Hoe meer systemen studenten, docenten en beheerders moeten gebruiken, hoe lastiger het wordt om een consistente leerervaring te bieden. Iedere extra login, handmatige stap of import- en exportactie zorgt voor meer frictie. En juist die frictie proberen instellingen steeds verder terug te dringen.
Wat ik persoonlijk erg waardeerde, was dat onderwijsinstellingen steeds kritischer kijken naar pilots. Niet alleen de vraag of gebruikers enthousiast waren stond centraal, maar vooral wat de pilot daadwerkelijk had opgeleverd.
- Welk effect had de oplossing?
- Gebruikten studenten het daadwerkelijk?
- Werkten docenten ermee?
- En droeg het aantoonbaar bij aan de leerervaring én het succes van studenten?
Ik hoop oprecht dat deze ontwikkeling zich voortzet. Een succesvolle pilot zou niet moeten eindigen met enthousiasme alleen; hij zou vooral bewijs moeten leveren waarop instellingen hun vervolgstappen kunnen baseren.
Eén vraag schreef ik meerdere keren in mijn notitieboek op en onderstreepte ik zelfs:
“Hoeveel positieve impact heeft deze oplossing daadwerkelijk op een student en diens leerervaring?“
Als wij als leveranciers van onderwijstechnologie onszelf die vraag consequent blijven stellen, dan blijven we oplossingen ontwikkelen die er echt toe doen en onderwijsinstellingen helpen hun ambities waar te maken.
Het was onmogelijk om InstructureCon bij te wonen zonder voortdurend over AI te horen.
Toch was er een duidelijk verschil met een jaar geleden. De discussie gaat niet langer over óf AI een plek heeft binnen het onderwijs, maar over hoe AI op een verantwoorde manier kan worden ingezet.
Gesprekken gingen veel vaker over governance, interoperabiliteit, studentensucces, privacy en verantwoord gebruik dan over de nieuwste functionaliteiten.
Eén observatie bleef me bijzonder bij: voordat AI iemand helpt beter na te denken, moet er eerst iets zijn om óver na te denken.
Basiskennis, kritisch denken en het vermogen om antwoorden ter discussie te stellen blijven essentieel.
AI kan leren en werken absoluut versnellen. Maar wanneer we die fundamentele kennis overslaan, vragen we studenten eigenlijk om een prachtig gerecht te bereiden zonder ooit te hebben geleerd wat de afzonderlijke ingrediënten doen en hoe ze smaken. Die boodschap hoorde ik gedurende de hele conferentie steeds opnieuw terugkomen, en persoonlijk vind ik dat een ontzettend gezonde ontwikkeling.
AI zou ons denken niet moeten vervangen, het zou ons denken juist moeten versterken.
Een onderwerp dat begrijpelijkerwijs niet kon worden vermeden tijdens de conferentie was het recente beveiligingsincident.
Het kwam direct aan bod tijdens de openingskeynote. Persoonlijk had ik de toon misschien liever iets minder geregisseerd gezien. Juist op dit soort momenten voelen openheid en authenticiteit belangrijk. Tegelijkertijd realiseer ik me ook hoe ongelooflijk ingewikkeld het moet zijn om hierover te communiceren terwijl een organisatie midden in zo’n incident zit.
Wat me uiteindelijk het meest is bijgebleven, was echter niet de reactie van Instructure zelf, maar die van vrijwel iedereen met wie ik sprak.
Vrijwel iedere partner en leverancier stelde zichzelf dezelfde vraag:
“Als dit ons morgen zou overkomen, wat zouden we vandaag dan nog anders moeten doen?”
Ook binnen Drieam hebben we precies die gesprekken gevoerd. Los van certificeringen, beveiligingsprocessen en best practices vroegen we ons af waar onze blinde vlekken nog zouden kunnen zitten. Welke vragen zouden we onszelf vandaag al moeten stellen, voordat iemand anders ze morgen aan ons stelt?
Niemand wenst een situatie als deze toe. Maar als er één positieve uitkomst is, dan is het wel dat het hele ecosysteem zich opnieuw realiseert dat informatiebeveiliging geen vinkje is dat je één keer zet. Het is een continu proces dat voortdurende aandacht vraagt.
En juist daardoor geloof ik dat ons ecosysteem uiteindelijk sterker uit deze gesprekken zal komen.
Tijdens de conferentie had ik de kans om verschillende sessies van Martin Bean bij te wonen.
Mocht je ooit de mogelijkheid hebben om hem te horen spreken, dan kan ik dat van harte aanbevelen. Wat mij betreft is hij één van de echte goeroes binnen onze sector. Al jarenlang slaat hij de brug tussen hoger onderwijs, werk en Leven Lang Ontwikkelen. En eerlijk gezegd ga ik na iedere sessie van hem weer naar huis met een notitieboek vol nieuwe ideeën.
Eén zin zorgde ervoor dat ik direct stopte met schrijven.
“Today is the slowest day of the rest of your working life.”
Zo’n eenvoudige uitspraak, maar tegelijkertijd misschien wel de beste samenvatting van waar het hoger onderwijs zich momenteel bevindt. Technologie vertraagt niet meer, de arbeidsmarkt ook niet en de verwachtingen van studenten blijven zich verder ontwikkelen.
Dat betekent dat onderwijsinstellingen manieren moeten vinden om mee te bewegen, zonder daarbij kwaliteit, academische integriteit en de leerervaring uit het oog te verliezen.
Martin sprak daarnaast over iets waar ik me volledig in kan vinden: ook toetsing verandert fundamenteel. Authentieke toetsing alleen is niet langer voldoende. Studenten moeten steeds vaker kunnen laten zien dat zij iets écht begrijpen, dat zij kennis kunnen toepassen in de praktijk én kunnen uitleggen waarom zij bepaalde keuzes maken.
Alle ingrediënten in huis hebben betekent nog niet dat je ook een goed gerecht hebt bereid.
Vakmanschap zit in het weten hoe en wanneer je die ingrediënten gebruikt om iets waardevols te creëren. Dat onderscheid wordt alleen maar belangrijker in een wereld waarin AI steeds beter in staat is om het eindresultaat te produceren.
Voor mij is dát misschien wel één van de grootste uitdagingen waar het hoger onderwijs vandaag de dag voor staat. Instellingen passen zich niet alleen aan nieuwe technologie aan; ze heroverwegen de manier waarop leren, toetsen en de aansluiting op de arbeidsmarkt samenkomen in een wereld waarin AI steeds nadrukkelijker aanwezig is.
Nog een onderwerp dat gedurende de hele conferentie steeds terugkwam was nieuwsgierigheid.
Jarenlang hebben we gesproken over soft skills. Martin zette daar een interessante gedachte tegenover. Volgens hem zijn veel van deze vaardigheden eigenlijk Enduring Skills: vaardigheden die het moeilijkst zijn om te ontwikkelen, het moeilijkst te automatiseren en uiteindelijk ook het moeilijkst te vervangen.
Hoe langer ik daarover nadacht, hoe logischer het werd.
- Empathie.
- Leiderschap.
- Creativiteit.
- Communicatie.
- Nieuwsgierigheid.
Juist deze vaardigheden worden waardevoller naarmate technologie slimmer wordt.
Nog iets wat ik meerdere keren in mijn notitieboek schreef, was dat Leven Lang Ontwikkelen allang geen interessant initiatief meer is dat ergens naast het reguliere onderwijs bestaat. Steeds meer onderwijsinstellingen behandelen het als een volwaardig onderdeel van hun institutionele strategie, en eerlijk gezegd vond ik dat misschien wel één van de meest positieve ontwikkelingen die ik tijdens InstructureCon zag.
De afgelopen jaren heb ik Leven Lang Ontwikkelen zien verschuiven van een activiteit aan de randen van een instelling naar iets dat steeds meer verweven raakt met de gehele organisatie. Of instellingen het nu Continuing Education, professional education, workforce education of Leven Lang Ontwikkelen noemen, de richting is duidelijk. En volgens mij is dat precies waar het thuishoort.
Want de wereld stopt tenslotte ook niet met veranderen zodra iemand afstudeert.
Iets leuks dat ik nog niet eerder had meegemaakt vond eigenlijk buiten de sessies plaats.
Gedurende de conferentie kwamen verschillende mensen naar onze stand die voorafgaand aan InstructureCon onze webinar hadden bekeken of bijgewoond. Sommigen wilden verder praten over het onderzoek, anderen wilden ervaringen uitwisselen over hun eigen instelling en weer anderen wilden simpelweg ideeën delen. En eerlijk gezegd had ik dat niet helemaal verwacht.
Dus als jij één van die mensen was, dankjewel! Juist dat soort gesprekken herinneren mij eraan waarom ik conferenties zo waardevol vind.
Natuurlijk zijn we er om onze educatietechnologieoplossingen te laten zien. Maar misschien leer ik zelf nog wel meer van de uitdagingen waar onderwijsinstellingen dagelijks mee worstelen, de creatieve manieren waarop zij problemen oplossen en de vragen waar nog niemand een pasklaar antwoord op heeft.
Ik heb altijd geloofd dat iedereen van elkaar kan leren want geen enkele instelling is hetzelfde, elk land kent andere wet- en regelgeving, de studenten hebben verschillende verwachtingen, budgetten verschillen en daarmee ook de mogelijkheden.
Maar tegelijkertijd blijken er vaak veel meer overeenkomsten te zijn dan we in eerste instantie denken. Soms heeft een andere instelling een deel van de taart al gebakken. Dat betekent niet dat je hun recept letterlijk moet kopiëren, maar wél dat je niet altijd met een lege kom hoeft te beginnen.
Dat is misschien wel één van de dingen die ik het mooiste vind aan het hoger onderwijs. Mensen zijn oprecht bereid om kennis met elkaar te delen. Of het nu gaat over AI, Continuing Education, digitale transformatie, studentensucces of institutionele strategie, ik zie telkens opnieuw dat instellingen elkaar vooruit willen helpen.
Waar gaat het hoger onderwijs vanaf hier naartoe?
Ik verliet Louisville met een optimistisch gevoel. Niet omdat het hoger onderwijs ineens alle antwoorden heeft gevonden. Integendeel. De vragen worden steeds complexer en het tempo waarin instellingen moeten reageren blijft toenemen.
Wat mij vertrouwen gaf, waren de mensen die ik ontmoette, van docenten, bestuurders, partners tot leveranciers van onderwijstechnologie, allemaal mensen die bereid zijn om samen de schouders eronder te zetten.
Er is begrijpelijke terughoudendheid. Het hoger onderwijs heeft jarenlang stabiliteit geboden terwijl de wereld daaromheen veranderde. Nu veranderen sommige fundamenten van het onderwijs zelf tegelijkertijd. Toetsing, curricula, technologie, kwalificaties, Continuing Education en de relatie tussen onderwijs en arbeidsmarkt zijn allemaal tegelijkertijd in beweging.
Toch hoorde ik tijdens de conferentie vooral veel innovatieve, praktische en nieuwsgierige ideeën van instellingen die nieuwe manieren zoeken om studenten te bereiken die via traditionele opleidingen vaak moeilijker worden bediend.
Bij Drieam vormen juist dit soort gesprekken de basis voor de manier waarop wij oplossingen zoals Eduframe blijven ontwikkelen. Technologie zou nooit de strategie van een instelling moeten bepalen. Technologie zou juist de operationele drempels moeten wegnemen die die strategie in de weg staan.
De onderwijsinstellingen die de komende tien jaar succesvol zullen zijn, zijn waarschijnlijk niet de instellingen met de grootste budgetten of de meeste nieuwe technologie. Het zijn de instellingen die nieuwsgierig blijven en van elkaar blijven leren. Die beslissingen nemen op basis van bewijs en kwaliteit weten te behouden terwijl ze verandering omarmen.
En misschien nog wel het belangrijkst: instellingen die nooit uit het oog verliezen waarom ze bestaan. Namelijk om mensen de kans te geven zich te blijven ontwikkelen.
Want als InstructureCon 2026 mij één ding heeft bevestigd, dan is het dit: het hoger onderwijs past zich niet langer alleen aan veranderingen aan. Het leert hoe het daarin voorop kan lopen. En als vandaag inderdaad de langzaamste dag is van de rest van onze werkzame levens, dan is er eigenlijk geen beter moment om te beginnen.
Tot de volgende InstructureCon!